zondag 19 februari 2012

Review: Bevis Frond - The Leaving Of London - 2011

The Leaving Of London - Bevis Frond
De Londense band Bevis Frond, die hun muziek sinds 1987 op de markt brengt via hun eigen Woronzow label, heeft in 2011 weer een nieuwe CD gemaakt, getiteld "The Leaving Of London" en dit is hun 19e CD al, als je de CD, die de band samen met Country Joe maakte niet mee rekent tenminste. Het leek er lange tijd op, dat de band had opgehouden te bestaan, nadat Nick Saloman (sologitaar, keyboards en zang) zijn huis in Londen had verruild voor een landelijker gelegen plek in de buurt van de kustplaats Hastings en Adrian Shaw - basgitaar, ging toeren met ex-Hawkwind leden in de band The Hawklords. De laatst verschenen CD van Bevis Frond, "Hit Squad" stamde uit 2004 en heeft dus nu eindelijk een opvolger, waarop alleen drummer Jules Fenton is vervangen door Dave Pierce en Paul Simmons nog steeds als sologitarist mee speelt.

De CD bevat 18 songs, die allemaal door Nick geschreven zijn en in maart 2011 opgenomen werden in de Gold Dust Studios te Bromley. Het openingsnummer, "Johnny Kwango", een up-tempo rocksong met de typische vertrouwde zang van Nick laat in dit nummer meteen horen, dat de band weer als van ouds hun muziek maakt en ik begin dan ook al meteen mee te bewegen.
Vervolgens speelt de band "Speedboat", dat rustig begint, maar al snel van tempo verandert in een lekkere ruige rocksong, waarin diverse tempowisselingen zitten en gevolgd wordt door "An Old Vice", een schitterende popsong met een vrij rustig tempo.
Daarna is het weer een rocksong, die ik voorgeschoteld krijg, die "More To This Than That" heet, waarin ook verschillende tempowisselingen zitten en dan is het de beurt voor de titelsong "The Leaving Of London", een heerlijke ballad, waarin prachtig pianospel zit.
In de popsong "Hold The Fort" keert de band terug naar wat meer up-tempo en in "Why Have You Been Fighting Me?" wordt dit ritme aangehouden, waarna weer zo'n prachtige ballad volgt, getiteld "The Divide".
"Reanimation" is een sterke popsong, waarin de beide sologitaristen de hoofdrol spelen door allebei hun solo door elkaars solo te spelen en het geheel enorm swingend klinkt.
Met "Stupid Circle" gaat de band weer op de vertrouwde toer en ook dit is weer een prima popsong en datzelfde geldt voor "Son Of A Warm Gun", dat weliswaar een stukje rustiger klinkt, maar waarin de band hun vertrouwde geluid weet te behouden.
Meer tempo komt er in bij "Barely Anthropoid" en deze song swingt als een trein, maar daarna wordt er weer gas terug genomen en volgt de volgende ballad, "Testament", maar gelukkig wordt vervolgens het tempo weer opgevoerd en kom ik weer helemaal in beweging door "You'll Come", dat een heerlijke poprocksong is.
"Preservation Hill" wasemt weer de sfeer uit van het vertrouwde Bevis Frond geluid, waar de band patent op heeft en een nummer dat "Heavy Hand" heet moet wel stevig klinken en dat is ook zo, want dit is een prima rocksong, die in een vrij hoog tempo wordt gespeeld.
De band verrast me met "Too Kind", dat progressief, maar toch redelijk rustig klinkt en ook in dit lange nummer, dat hier en daar naar het psychedelische gaat, zitten de nodige tempowisselingen, waardoor het geheel spannend blijft en dit zeker het beste nummer van de CD genoemd mag worden.
Het afsluitende nummer van "The Leaving Of London" heet "True North" en dit is een aardige popsong, die in een niet te hoog tempo gespeeld wordt.
The Bevis Frond heeft me niet weten te verrassen met hun nieuwe CD, maar als liefhebber van hun muziek, kan ik toch concluderen, dat ze met deze CD weer een heerlijk  stuk muziek hebben gemaakt, met als hoogtepunt het fantastische "Too Kind".

Carry Munter




 

zaterdag 21 januari 2012

Review: No Regrets - Johnny Dowd - 2012

No Regrets - Johnny Dowd
Johhny Dowd is een laatbloeier, geboren in 1948. Als kind luisterde hij naar Buddy Holly, Ray Charles, James Brown en Jackie Wilson. Over zijn nieuwe album zegt hij: "my new record "No Regrets" sounds like "Wrong Side Of Memphis" on steroids". Daarmee refererend naar zijn debuut-cd uit 1998. Een debuut op 50 jarige leeftijd dus.

Dowd heeft geen boodschap aan "hokjes", zijn muziek op No Regrets" is niet in een hokje te plaatsen. Alles is mogelijk in een song. Soul, Rock, Bossanova, Blues, Pop, Folk, Country. Dowd heeft geen enkel probleem om alles naar hartelust door elkaar te mixen. Een rode draad is het gebruik van drum machines uit de jaren 60, uit nood geboren omdat zijn vaste drummer niet beschikbaar was tijdens de opnames. Vijf zangeressen ondersteunen zijn voordragende, pratende vocalen. Deze vrouwelijke inbreng doet mij heel af en toe denken aan de stijl van de vrouwelijke stemmen door Gruppo Sportivo op "Back to 78". Op "No Regrets" bezingt Dowd vrouwen die hij heeft gekend, over wie hij heeft gefantaseerd, op TV zag of waar hij nog steeds van houdt. Maar liefst 15 vrouwen komen voorbij in de 13 tracks. Openingstrack "Betty" is een telefoongesprek tussen hem en Betty die hij nog kent van Highschool en die blijkbaar nog een Leatherjacket van hem heeft. Een beetje eng is het feit dat hij zegt te weten waar haar man werkt en waar haar kinderen naar school gaan. Zoetsappige liefdesliedjes zijn aan Down niet besteed. "Billie", met een kenmerkend hammond organ op de achtergrond en een overstuurd stemgeluid, weet een apart sfeertje op te roepen. Op "Sherry" hoor je ineens dat Dowd's stemgeluid soms veel van Lou Reed wegheeft. Dit heeft alles te maken met de voordragende stijl van de vocalen. Mellow organ vermengt zich met een rauw gitaargeluid. De mix van gitaar, keyboards/hammond en elektronische loopjes, effecten en beats vormt de basis van het gehele album. Voeg daarbij Dowd's "crazy cowboy" stem en "lazy" of juist heel luchtig klinkende vrouwelijke vocalen en je krijgt een idee van de muziek op "No Regrets" waarvan "Ella" misschien wel kan dienen als blauwdruk en tevens de beste track is wat mij betreft en zelfs als single zou kunnen dienen. Toch weet Dowd niet je aandacht vast te houden gedurende het gehele album. Daar zijn zijn beperkte vocale mogelijkheden onder andere de oorzaak van maar ook de benodigde variatie blijft wel wat achter. Toch weet de laatste track "Candy" je dan weer te verrassen. Deze laatste track waarin de voordracht door Kim Sherwood-Caso wordt verzorgd, is mysterieus en sfeervol.

Johnny Dowd's "No Regrets" valt moeilijk te vergelijken met enig ander album dat mij te binnen schiet. Hij is er dus in geslaagd een eigen stijl neer te zetten. Als je kennis wilt maken met die stijl luister dan zeker naar "Ella" en "Betty".

Het album komt uit op 2 april 2012 via Mother Jinx Records/ Cadiz.

Eric Krull


zaterdag 7 januari 2012

Review: The Grace Of Losers - The Strange Flowers - 2011

Grace of Losers - The Strange Flowers
De Italiaanse band The Strange Flowers werd in 1987 te Pisa opgericht en maakte in 1994 hun debuut LP "Music For Astronauts", die via het Music Maniac Records label werd uitbracht. Na hun debuut in 1994 duurde het 11 jaar voordat de band weer met een release kwam en hun CD "Ortoflovivaistica", uit 2005, die via Beyondyourmind records uitgebracht werd, zou tot 2009 de eerste zijn van jaarlijkse releases.
In 2006 was er "The Strange Flowers Vs Baby Scream", een split CD met de Argentijnse band Baby Scream, uitgebracht via Beyondyourmind, in 2007 "The Imaginary Space Travel Of The Naked Monkeys" (Cargo records), in 2008 "Aeroplanes In The Backyard" (Teen Sound) en in 2009 "Virgin Mother" (Go Down Records).

Op de rand van 2011-2012, om precies te zijn, 15 december, verscheen hun nieuwe CD, getiteld: "The Grace Of Losers" en deze werd wereldwijd door CD Baby uitgebracht, dus deze keer heeft de band de tijd genomen om met een nieuwe CD te voorschijn te komen en op deze nieuwe, hebben ze besloten het roer muzikaal om te gooien.
De band bestaat tegenwoordig uit: Michele Marinò - zang en gitaar, Nicola Cionini - gitaar en zang, Alessandro Santoni - Basgitaar en zang en Matteo D’ignazi - drums, maar op deze CD speelt Gabriele Pozzolini nog mee op drums en percussie.
Waren hun vorige uitgaven progressief psychedelisch getint, deze is dat zeker niet, maar dat wil niet zeggen, dat hun muziek aan kracht heeft verloren.
Integendeel, want "The Grace Of Losers" is een ijzersterke popplaat, waarop 9 songs staan en de eerste daarvan heet "Hemerick G.", dat in de sixties gemaakt had kunnen zijn en die sfeer wasemt het nummer ook uit.
"A Million Words To Say" is ietsje steviger, maar ook hier hoor je de invloed van de jaren zestig bands en dat verandert in "Green Madhouse Resorts Inc." niet, hoewel ik hierin iets van de jaren zeventig invloeden ontdek.
Vroege Pink Floyd invloeden zijn te horen in "Evelyn's Face", dat vrij psychedelisch klinkt, maar in "Shampoo Girls" wordt het tempo weer opgevoerd en hoor ik weer het vertrouwde geluid, dat de band op vorige CD's kenmerkte, compleet met scheurend gitaarwerk.
Een schitterende vrolijke popsong is "Mary Ann's Dream Factory", die je aan het dansen brengt en wat mij betreft een hit voor de band zou kunnen worden, mocht het op single verschijnen.
Ook "Saddie Maggie" is zo'n heerlijke popsong, waar ik meteen van in beweging kom, net als bij de volgende song, die "Underground Underground" heet en hierin keert de band terug naar de sound van hun eerdere CD's, waar de positiviteit van af straalt door het vrolijke ritme.
Het laatste nummer van de CD heet "The Mouse On The Shore" en is eveneens een sterke popsong, waar het up tempo ritme luchtig gespeeld wordt en de muziek van het eerste gedeelte van het nummer aanzet tot dansen, tot halverwege de song het tempo verandert en het allemaal een stukje progressiever gaat klinken.
Ik schreef het in het begin al: "The Grace Of Losers" is een ijzersterke popplaat, waar geen echte uitschieters op staan, maar die je zeker niet mag missen.

Carry Munter




woensdag 28 december 2011

Review: Viktoria - Maria Mena - 2011

Viktoria - Maria Mena - 2011
"Viktoria" is de opvolger van het uit 2008 daterende "Cause And Effect". De Noorse komt met een zeer integer album met mooie persoonlijke teksten, gezongen op haar typische, soms verhalende manier. Vernieuwend? Nee, maar dat hoeft niet altijd een vereiste te zijn.

"Homeless" is de eerste single van het album. Zeker niet het beste nummer maar wel heel duidelijk herkenbaar als Maria Mena door de typische stembuigingen zoals ze die graag toepast. Het titelnummer zou wel eens de tweede single kunnen worden. Na één keer beluisteren zing je het zo mee, een zeer toegankelijk nummer. "Habits" is voor mij het hoogtepunt van dit album, zowaar een duet met de Deense Mads Langer. Geen zoetsappig Diana Ross & Lionel Richie duet maar een intens en kwetsbaar stuk muziek rond echte emoties. De samenzang tussen Mena en Langer werkt fantastisch in het refrein en tilt het ver boven het gemiddelde van het album uit. Als Mena ooit een live album uitbrengt dan mag dit nummer niet ontbreken. Na "Habits" zou je denken dat de rest van het album hiermee vergeleken in het niet valt. Maar dat is gelukkig niet helemaal het geval. "The Art Of Forgiveness" is een staaltje van hoe je muziek kunt gebruiken om woorden te ondersteunen. Hier hoor je duidelijk het talent van Mena aan het werk. Ook "Am I Supposed To Apologize" mag er zijn. Piano en de verhalende zang in het couplet, aanzwellende drums en melodieuze zang in het refrein. "Money" is helaas te kort om echt te imponeren. Met een thema als op geld beluste familieleden kun je toch alle kanten op. Tot een climax komt het niet en dat is nu juist wat het nummer mist. "This Too Shall Pass" start veelbelovend maar komt eveneens niet echt van de grond. De aanwezige strijkers worden niet ten volle benut daar waar ze voor meer dynamiek hadden kunnen zorgen.

"Viktoria" ontbeert een echte kraker als "Just Hold Me" of "All This Time". Het album als totaal haalt het net niet bij haar voorgangers. Dat ligt voornamelijk aan de refreinen die over het algemeen net iets minder spannend of verrassend zijn dan je gewend was van "Cause And Effect" en "Apparently Unaffected". Zo is het ritmisch gezongen "My Heart Still Beats" voorbij voor je het weet zonder een duidelijke indruk achter te laten, evenals "Takes One To Know One" dat niet echt een refrein bevat en ondanks de scherp geschreven tekst niet echt kan imponeren. Toch is "Viktoria" meer dan de moeite waard, alleen al vanwege het schitterende "Habits" dat misschien wel het beste nummer is dat ze tot nu toe schreef.

Eric Krull


zondag 11 december 2011

Review: Stations Of The Ghost - Earthling Society - 2011

Stations Of The Ghost
Earthling Society werd in 2004 opgericht in Blackpool, Engeland, door Fred Laird, David Fyall en Jon Blacow. Allen deelden dezelfde muzikale smaak van de 60's psychedelica en 70's krautrock en progressieve rock. Ze bouwden zelf een primitieve 8-track opname studio in een hoek van een leegstaande glasfabriek en begonnen hun muziek op te nemen. Dat zou uitmonden in hun debuut CD "Albion", die in 2005 eerst via het Mylodon records label uit Santiago, Chili verscheen en later dat jaar door het Duitse Nasoni records, uit Berlijn, heruitgebracht werd, zowel op CD als op LP.
Hun volgende CD "Plastic Jesus And The Third Eye Blind" verscheen een jaar later via datzelfde Nasoni label en in 2007 werd de CD "Tears Of Andromeda, Black Sails Against The Sky" eveneens via Nasoni uitgebracht. Daarna stapte de band over naar het 4Zero records label uit Londen en maakte de CD's "Beauty And The Beast" (2008), de laatste CD waar basgitarist David Fyall op mee speelt en "Sci-Fi Hi-Fi" (2009), met basgitarist Steve Roberts en keyboards speler Joe Orban als nieuwe leden.

"Stations Of The Ghost" is de zesde CD van de band en ook deze keer is die via het 4Zero records label uitgebracht, met weer een andere basgitarist (Luis Gutarra). De CD bevat 7 songs, waarvan het openings- en tevens titelnummer "Stations Of The Ghost" het kortst duurt. Het is een rustig symfonisch stukje muziek, dat een ruimtelijke sfeertje uitademt. Daarna begint het pas echt, want "Dark Horizons" is een lekker progressief nummer met een up-tempo en flink wat spacerock invloed.
Het 9 minuten durende "The Last Hurrah", waar je voor het eerst de zangkwaliteiten van Fred Laird hoort, begint psychedelisch, maar na enkele minuten stapt de band over in het maken van progressieve en symfonische rock, waarna ze weer terug schakelen naar het psychedelische gedeelte.
"Child Of Harvest" is het langste nummer van de CD (14.26 minuten), een progressieve psychedelische rock song, die met de nodige tempowisselingen gespeeld wordt en de band is hier op zijn best, hoewel ik niet kan zeggen, dat er mindere nummers op de CD staan. Dan volgt er een kort progressief psychedelisch instrumentaal nummer "The Halloween Tree", dat gevolgd wordt door het 13.30 minuten lange "Night Of The Scarecrow", een progressieve hardrock song, waarin de duistere kant van de muzikanten naar boven komt en ook dit nummer is van de benodigde tempowisselingen voorzien. Met "Lola Daydream", een eveneens instrumentaal progressief nummer sluit Earthling Society deze fantastische CD op een waardige manier af.

Carry Munter